Opvoeding Van De Poedel Is Makkelijk

De poedel is trots, elegant, waardig en goedgehumeurd. Deze honden zijn hoogst intelligent en één van de meest trainbare rassen. Ze zijn vrolijk, blij en gevoelig. De standaard poedel is wat kalmer dan de kleinere variant. Ze moeten in de buurt zijn van mensen en houden er niet van om alleen te zijn. Over het algemeen zijn ze vriendelijk naar vreemden en perfect met kinderen. De standaard poedel is goed met andere honden. Sommigen zijn prima waakhonden en sommigen kunnen worden getraind tot jagers.

De standaard poedel is een elegante, gemiddeld tot grote hond, met een weelderige maar goed verzorgde en gekrulde vacht. Het hoofd en de snuit zijn lang en de schedel is een beetje gerond. De tanden staan in schaarbeet. De oren zijn wijd en hangen dicht bij het hoofd. De ogen zijn ovaal en over het algemeen erg donker. Bruin en koffie-met-melk gekleurde poedels hebben donker amberkleurige ogen. Abrikoosgekleurde poedels hebben vaak ook ambergekleurde ogen, hoewel zwarte ogen meer gewaardeerd worden. De lengte van de het borstbeen tot de romp is ongeveer gelijk aan de hoogte bij de schoft. De bovenkant van de poedel is recht behalve een kleine inzinking bij de schoft. Het kruis is gerond en de voeten zijn compact, klein en ovaal. De staart is gecoupeerd tot de helft van de oorspronkelijke lengte. Alle poedels met egaal gekleurde vacht behoren tot het zuivere poedelras. De vacht kan drie basisvormen aannemen; het ‘puppy-kapsel’, met relatief kort haar over het gehele lijf, het ‘Engelse zadelkapsel’ en het ‘continentale kapsel’ met het achterste gedeelte van het lichaam geschoren, banden rondom de enkels, en ‘pom-poms’ op de staart en de heupen. De standaard poedel heeft een fijne springerige pas.

Poedels zijn ongeveer  38 centimeter hoog en wegen zo’n 25 kilo. Ze worden tussen de 12 en 15 jaar oud. Hoewel ze dus gezegend zijn met een lang leven is ook de poedel ook niet vrij van genetische ziektes. Oogziektes kunnen blindheid veroorzaken, en allergieën en andere huidaandoeningen komen veel voor. Dit komt waarschijnlijk door verkeerd gebruik van clippers en slechte verzorging met verkeerde shampoo en/of kleurversterkers. Heupafwijkingen en oorinfecties komen ook veel voor. Ze zijn vatbaar voor erfelijke netvliesdegeneratie (PRA) en Von Willebrand’s ziekte (een ziekte waarbij slecht functionerende bloesplaatjes zorgen door een verhoogde bloedingneiging). Bruine poedels hebben de neiging voortijdig grijs te worden. Ze hebben aanleg voor overgewicht, dus is het verstandig deze hond 2 tot 3 kleine maaitijden per dag te geven, in plaats van 1 grote maaltijd.

Alhoewel de poedel al 400 bekend is door heel West-europa is zijn afkomst controversieel. Of hij is ontwikkeld in Frankrijk, Duitsland, Denemarken of noordelijk Italië, is ongewis. Ondanks de claims door verschillende andere landen is Frankrijk nu officieel erkend als het land van herkomst en de soort bezit een speciaal plekje in de harten van de Fransen. Het is zeker dat de poedel afstamt van een nu bijna uitgestorven Franse waterhond, de barbet en mogelijk de Hongaarse waterhond. De naam poedel is waarschijnlijk afgeleid van het Duitse ‘pudel’ wat betekend; een die speelt met water. De poedel is gebruikt als jachthond. Oorspronkelijk werd deze hond in Duitsland en Frankrijk gebruikt als ophaler van waterhoen. Zoals gezegd knipten jagers zijn vacht om hem het zwemmen gemakkelijk te maken, zonder ervoor te zorgen dat zijn ledematen en organen bevroren in het ijskoude water. De Fransen verdienden goed geld aan deze hoog intelligente soort, zijn trainbaarheid en artiestengeest en maakten de poedel tot een circusact. Zijn grote populariteit in Frankrijk leidde tot de naam ‘Franse poedel’. In Frankrijk zelf wordt de hond echter de “Caniche” (eendenhond) genoemd. De poedel is gebruikt om truffels te ruiken die in het bos onder de grond verstopt lagen. ZE zijn afgedrukt in 15e-eeuwse schilderijen en in afbeeldingen uit de 1e eeuw na Christus. Kleine poedels werden koninklijke vrienden, in het bijzonder in de 18e eeuw. De kleinere en miniatuurpoedels werden gefokt vanuit grotere honden, tegenwoordig bekend als de standaard poedel. De drie groottes (standaard, miniatuur en toy) worden gezien als één soort en worden met dezelfde standaarden beoordeeld. Tegenwoordig is de poedel voornamelijk een metgezel en showhond, hoewel hij bijna alles kan leren.

Deze hond heeft veel verzorging nodig. Ze moeten regelmatig in bad worden gedaan en elke zes tot acht weken geknipt worden. De oren moeten regelmatig gecheckt worden voor mijten en de oorharen moeten regelmatig worden uitgetrokken wanneer noodzakelijk. De traditionele kapsels zijn ontwikkeld om het gewicht van de vacht te verminderen tijdens het zwemmen terwijl hij nog wel de gewrichten en belangrijkste organen beschermden tegen de kou. Veel eigenaren kozen echter voor het lammetjeskapsel - overal even kort - omdat het makkelijker en goedkoper te onderhouden is. De tanden moeten regelmatig worden ontdaan van aanslag. Poedels verliezen weinig tot geen haar. 

Benieuwd wat u met training van uw poedel kunt bereiken? Ga naar www.hondtraining.com voor alle informatie.

 

Klik hier om nu met de training te beginnen >>

 


Copyright 2005-2010. Al het werk op deze site is auteursrechtelijk beschermd.